Intrathecale baclofen therapie

Behandeling van spasticiteit van romp en benen

Wat is Intrathecale baclofen therapie?

Bij deze behandeling wordt een pompje geplaatst onder de huid van de onderbuik. Van hieruit loopt er een katheter onder de huid naar het ruggenmerg. De pomp wordt gevuld met baclofen, een medicijn werkzaam tegen spasticiteit. De pomp brengt dit medicijn via de katheter rechtstreeks bij het ruggenmerg waar het medicijn zijn werking uitoefent.
 

Wie komt voor intrathecale baclofen therapie in aanmerking?

Patiënten met een stabiele, algemene spasticiteit  (van de romp en benen) waarbij met orale medicatie niet het gewenste effect kan bekomen worden.
Bij spasticiteit zijn bepaalde spieren overactief/overprikkeld. Hierdoor ontstaan strak gespannen, stijve spieren en onwillekeurige samentrekkingen (spasmen).
De oorzaak van spasticiteit is een beschadiging van de hersenen of het ruggenmerg. Deze kan het gevolg zijn van cerebrale parese (kinderverlamming, een beroerte (CVA/hersenbloeding)), multiple sclerose of een dwarslaesie.
Spasticiteit is de oorzaak van pijn, bemoeilijkte verzorging en bemoeilijkt bewegen.
 

Bijvullen van baclofenpomp

Voor het plaatsen van een baclofenpomp wordt eerst een proeftherapie gedaan om na te gaan of patiënt in aanmerking komt. Na het plaatsen dient de pomp enkele keren per jaar bijgevuld te worden. Dit vullen gebeurt met een injectiespuit die door de huid door een zelfsluitend siliconen membraan in de pomp geplaatst wordt. Telkens wordt er 40cc vloeistof bijgevuld.
Afhankelijk van de spasticiteit wordt in overleg met de patiënt de dosis bijgesteld. De hoeveelheid geneesmiddel die wordt afgegeven wordt m.b.v. een computer van buiten af ingesteld.
 

Voorbereiding

Het bijvullen en programmeren van de pomp gebeurt op de raadpleging.
Er is geen specifieke voorbereiding noodzakelijk.
 

Nazorg

Er is geen specifieke nazorg vereist na de procedure
U kan het ziekenhuis onmiddellijk verlaten en u mag met de wagen rijden.
Er is de dag van behandeling geen verbod op werk, sport of andere activiteiten.
 

Nevenwerkingen

Als gevolg van een over- en onderdosering kunnen ademhalingsstoornissen, bloeddrukschommelingen, duizeligheid/sufheid, zweten, koorts… optreden. Indien dit zou ontstaan binnen de 48 uur na vulling, adviseren we de patiënt om contact op te nemen met de dienst fysische geneeskunde of de dienst spoedgevallen.