Neonatologie

De geboorte van een baby geeft het leven een heel andere wending. Af en toe is het nodig dat een baby extra zorg nodig heeft na de geboorte en wordt deze opgenomen op de afdeling neonatologie (prematurenafdeling), wat soms veel onzekerheden en vooral veel vragen met zich meebrengt. We proberen steeds om mama en baby samen te houden. Het slapen in een verwarmingsbedje is bijvoorbeeld niet altijd een reden voor een opname op de dienst neonatologie.

De info op deze pagina is bedoeld voor (toekomstige) ouders, familie, vrienden en bezoekers van de pasgeboren baby’s die op de afdeling neonatologie opgenomen zijn. Het is ook een ondersteuning van de mondelinge informatie die u, als ouder, van de verpleegkundige of vroedkundige op de afdeling krijgt.
 

  1. Multidisciplinair team
  2. De afdeling
  3. Bezoekregeling
  4. Hygiëne
  5. Voeding
  6. Verzorging
  7. Naar huis
  8. Moederschapsrust en kinderbijslag
  9. Praktische informatie

1. Multidisciplinair team


Op onze afdeling werken heel wat mensen in verschillende functies. Deze zijn allen speciaal opgeleid om dag en nacht de beste zorg te bieden aan deze speciale groep pasgeboren baby’s.

De kinderartsen verstrekken de medische informatie. Zij bezoeken dagelijks uw baby en passen zo hun beleid aan, specifiek aan de noden van dat moment. Ze zijn ook steeds oproepbaar als zich problemen zouden voordoen.

Het team op neonatologie bestaat uit pediatrisch verpleegkundigen en vroedvrouwen met een bekwaming in de neonatologie. Als er vragen zijn, kunt u steeds bij hen terecht. Het team wordt, indien nodig, ook nog versterkt door kinesisten.


neonatologie

Naar boven

2. De afdeling

De afdeling neonatologie is gelegen op het 1e verdiep in de A-blok.

De afdeling heeft een afgezonderde ruimte voor de eerste zorgen, en plaats voor een 8-tal bedjes. Een borstvoedingshoekje, een isolatiebox en een rooming-in kamer maken dit geheel compleet.

De kinderarts beslist wanneer uw baby tijdelijk op onze afdeling wordt opgenomen. Dit kan om verschillende redenen:

  • de baby werd prematuur geboren (zwangerschapsduur < 36 weken)
  • de baby heeft een te laag geboortegewicht (< 2500 g)
  • de baby heeft een moeizame start gekend na de geboorte en dient wat intensiever in de gaten te worden gehouden
  • de baby heeft een aangeboren afwijking die extra zorg vraagt (bijv. hartafwijking)
  • de baby heeft een te lage bloedsuiker
  • de baby vertoont tekenen van een infectie

We voorzien voor elke baby aangepaste zorg en bewaking. Afhankelijk van het gewicht en de toestand van een kindje ligt het in de couveuse, een verwarmd bedje of een gewoon bedje. In een couveuse worden er geen kleertjes aangedaan om de baby beter te kunnen observeren. Alle baby’s die op de afdeling verblijven, dragen een sensor rond het handje of het voetje. Deze sensor registreert continu het hartritme en het zuurstofgehalte van de baby.

De mama’s die minder dan 34 weken zwanger zijn, worden meestal al getransfereerd voor de baby geboren wordt, om zo een optimale opvang van de te vroeg geboren baby te kunnen garanderen.

Naar boven

3. Bezoekregeling

bezoek neonatologie

Op de dienst neonatologie geldt volgende bezoekregeling:

  • Ouders zijn dag en nacht welkom. Voor hen is er geen beperking.
     
  • Broertjes en zusjes jonger dan 12 jaar kunnen wekelijks kort op bezoek komen. Aan het raam van de afdeling neonatologie zijn broer en zus natuurlijk dagelijks welkom. Andere kinderen zijn niet toegelaten.
     
  • Familie en vrienden kunnen op bezoek komen tussen 19 en 19.30 uur. Telkens 1 bezoeker onder begeleiding van een ouder, met een beperking van 4 personen per bezoekmoment.
    Bezoekers komen best niet tijdens de voedings- en verzorgingsuren om baby’s rust te garanderen.Wie ziek of verkouden is of onlangs in contact geweest is met zieke kinderen, mag niet op bezoek komen. Baby’s op neonatologie zijn vatbaar voor infecties.

Daarom vragen we dat bezoekers uw kindje niet vastnemen of aanraken. Soms ondergaat uw baby een onderzoek of doet zich een probleem voor met één van de andere baby’s tijdens het bezoek. Dan stellen we het bezoek even uit. Wij rekenen op uw begrip hiervoor. Wij rekenen ook op de discretie van de ouders en hun bezoekers en appreciëren het dat zij zich enkel om hun eigen kindje bekommeren.

Kan mama niet meteen op bezoek komen na de bevalling? Wij maken graag een mooie foto van de baby voor op de kamer. U kunt ook een wegwerpfototoestel bij uw kindje laten liggen, zodat wij tijdens de verzorging of op andere momenten foto’s kunnen nemen. U mag ook één knuffelbeest of -doekje meebrengen (klein, zacht, wasbaar), kleertjes van thuis, tekeningen van broer of zus, … Zo maakt u het toch een beetje ‘thuis’ en knus voor uw baby.

Naar boven

4. Hygiëne

Onze afdeling leeft zeer streng een aantal hygiënische regels na om infecties te vermijden. Daarom is het belangrijk dat u, vóór u de afdeling binnengaat:

  • uw jas uitdoet (het is er warm!).
  • handjuwelen, armbanden en horloge verwijderd
  • uw handen en voorarmen zorgvuldig wast met de desinfecterende zeep en daarna ontsmet met handgel
  • een mondmasker draagt bij verkoudheid

Naar boven

5. Voeding

De beste voeding voor de pasgeboren baby is borstvoeding. Ook voor prematuren is dit zo. De moedermelk is zelfs aangepast aan de zwangerschapsleeftijd van de baby. Ook heeft deze melk veel antistoffen die de te vroeg geboren baby’s extra nodig hebben voor hun afweer. Borstvoeding geeft een verminderd risico naar maag- en darmproblemen, infecties en voedingsallergieën.
Er zijn ook flesvoedingen op de markt die speciaal aangepast zijn aan de noden van de opgenomen pasgeborene, als er dus onvoldoende moedermelk is of als u verkiest om geen borstvoeding te geven.

Vanaf de leeftijd van 34 weken is normaal de zuig- en slikreflex aanwezig en kan begonnen worden met borstvoeding/flesvoeding te geven. Omdat de coördinatie van zuigen en slikken bij prematuren onrijper is dan bij voldragen baby’s, hebben ze soms meer moeite met drinken. Toch kunnen ook voldragen baby’s met problemen soms nood hebben aan een alternatieve manier van voeden.

De opgenomen baby’s krijgen afhankelijk van hun gewicht 6, 7 of 8 voedingen per dag.
De voedingsuren zijn :

  • 8 voedingen : 2u – 5u – 8u – 11u – 14u – 17u – 20u – 23u
  • 7 voedingen : 0u30 – 4u30 – 8u30 – 11u30 – 14u30 – 17u30 – 20u30
  • 6 voedingen : 6u – 10u – 13u – 16u – 19u – 22u

Borstvoeding

Als de baby stabiel genoeg is, voldoende gewicht heeft en u in staat bent om de baby aan te leggen, kan u borstvoeding geven.
We raden ook aan om regelmatig te kangoeroeën met uw baby. Dit zorgt voor stabiele parameters en bevordert ook nog eens de borstvoeding. Door het huidcontact wordt uw baby rustig en gaat hij op verkenning bij de mama. Hierdoor wordt de toeschietreflex bevorderd en dit geeft de borstvoeding meer kans op slagen.
Als de baby niet goed of onvoldoende aan de borst drinkt, kan er begonnen worden met afkolven en/of nakolven zodat we deze afgekolfde moedermelk kunnen bijgeven.

Meer informatie krijgt u op de afdeling, en kan u ook nalezen in de brochures die u hiervan krijgt op de afdeling.

Flesvoeding

U mag de baby zelf het flesje geven als hij :

  • meer dan 1800 gram weegt
  • stabiel is
  • vlot drinkt
  • geen andere speciale zorg nodig heeft

Afhankelijk van de toestand van uw baby kan het zijn dat we de voeding in de couveuse geven. Een prematuur een flesje geven is niet altijd evident. Daarom is het mogelijk dat de verpleeg- of vroedkundige het flesje zelf geeft of eventueel overneemt van u. Zodra de baby aangesterkt is, gaat het geven van het flesje vlotter zodat dit zonder hulp door u gegeven kan worden.

Naar boven

6. Verzorging

Voor de ouders is een heel belangrijke taak weggelegd. De baby geniet immers van uw aanwezigheid, van uw aanrakingen en uw vertrouwde stemgeluid. Regelmatige bezoekjes zijn heel fijn om elkaar beter te leren kennen en om van elkaar te genieten.

afdeling neonatologie

Aanrakingen

Als ouder bent u de enige vaste verzorger van uw kindje en kan u rustig de tijd nemen voor prettige contacten. Elke zachte vorm van fysiek contact is immers bevorderlijk voor de optimale verdere ontwikkeling van uw kindje.

Enkele tips:

  • Hand leggen op het hoofdje of buikje van uw baby.
  • Zachtjes in de armen wiegen.
  • Zachtjes tegen praten of zachtjes een liedje neuriën / zingen.

Kangoeroeën

Voor een nog intiemer contact is er de ‘kangoeroe-methode’. Hiermee kan gestart worden zodra de conditie van uw baby stabiel genoeg is en dit steeds in overleg met de verpleeg- of vroedkundige.

Bij de kangoeroe-methode ligt de baby naakt op zijn buikje op uw blote borst (draagt best kleding die vooraan makkelijk open kan). De baby draagt enkel een luier. Extra persoonlijke hygiëne is hierbij zeer belangrijk!
Aanvankelijk heeft de baby wat tijd nodig om zich aan te passen en comfortabel te liggen. In begin gaat hij daarom wakker zijn, rond liggen kijken, geluidjes maken en met zijn handjes op verkenning gaan. Omdat hij zich veilig en geborgen voelt op de borst, door de hartslag te voelen en de stem te horen, gaat hij na enkele minuten regelmatiger en dieper ademen wat een heel gunstig effect heeft op de baby. Hij gaat zich ontspannen en in een diepe slaap vallen. Kangoeroeën zorgt voor stabiele parameters, een optimale ouder-kindbinding en een bevordering van de borstvoeding.

Ouderparticipatie

Als de baby stabiel en sterk genoeg is, wordt u meer en meer bij de verzorging betrokken. Gaandeweg wordt de verzorging meer en meer door u overgenomen: luier verversen, voeding geven, badje of opfris uitvoeren. Er wordt steeds voldoende uitleg gegeven zodat u dit nadien zelfstandig kunnen uitvoeren.

Om een erg droge babyhuid te voorkomen, wassen we de kindjes niet dagelijks in bad. Meestal gaat de baby om de twee dagen in bad. De andere dag wordt er enkel een opfris gedaan.

Naar boven

7. Naar huis

Rooming-in

Als uw baby op de dienst neonatologie verblijft, went u niet zo makkelijk aan het dag- en nachtritme van uw baby. Om u toch deze kans te geven, kan er gebruik gemaakt worden van de rooming-in kamer. Dit betekent dat u, enkele dagen voor je baby mee naar huis mag, in het ziekenhuis mag blijven logeren. Zo kan u uw baby beter kennen omdat hij dan bij u op de kamer is ’s nachts. Hierdoor krijgt u iets meer zelfvertrouwen om het grote avontuur thuis aan te gaan!

De rooming-in kamer kan gebruikt worden door de mama en/of papa. Deze kamer beschikt over een TV en een koelkast. Er is ook internetaansluiting (de internet inlogcode kan u bekomen aan het onthaal).
Er is een toilet en douche op de afdeling.

Tijdens het verblijf in de rooming-in laten we geen bezoek toe, zodat u in alle rust kan wennen aan het ritme van uw baby. Broertjes en zusjes zijn natuurlijk wel welkom.

  • Een overnachting zonder ontbijt is gratis.
  • Een overnachting met ontbijt: 9 euro per persoon per nacht
    Het ontbijt wordt geserveerd in buffetvorm in de patiëntenkeuken tussen 8 en 10 uur
  • Een overnachting ‘all in': 20 euro per persoon per nacht
  • Het ziekenfonds betaalt deze kosten niet altijd terug: vraag dit steeds na bij je eigen verzekering

Ontslagonderzoek

Het naar huis gaan is steeds in overleg met de kinderarts. Die komt de dag van het ontslag de baby nog nakijken en uitleg geven over de vooruitgang van de baby en het verdere verloop naar huis toe zoals vitaminen, opvolging thuis, controle onderzoek bij de kinderarts, …

Thuisbegeleiding

o   Kind & Gezin
De verpleegkundige van Kind & Gezin geeft uitleg over de werking van Kind & Gezin. Eens uw baby het ziekenhuis mag verlaten, gaan zij een groot deel van de verdere opvolging op hun nemen. De verpleegkundige weet wanneer jullie naar huis gaan en maken dan een afspraak om de eerste keer thuis te komen – eventueel kan u ze zelf even opbellen om deze afspraak te maken. De regioverpleegkundige zal aan huis informatie verstrekken en praktische adviezen geven.
De opvolging bestaat de eerste keer uit een huisbezoek. Nadien wordt dit afgewisseld met een bezoek aan huis en aan het consultatie bureau waar ook de arts aanwezig is. Hier worden dan ook de inspuitingen voor vaccinatie gegeven.
Met vragen en bevindingen kan u steeds steeds terecht bij de verpleegkundige / arts van het consultatiebureau.

o   Zelfstandige vroedvrouw
Er zal de eerste weken wat meer opvolging nodig zijn bij een baby die opgenomen geweest is op de afdeling neonatologie. Om aan deze opvolging te voldoen, is het nodig om een vroedvrouw aan huis te laten komen (ofwel een zelfstandige vroedvrouw of een vroedvrouw van het Wit-Gele Kruis). Dit kan aangevraagd worden voor u naar huis gaat. Zij zetten de begeleiding thuis verder naar voeding, gewichtsevolutie, het beantwoorden van vragen, adviezen,… Afhankelijk van de toestand van de baby, komen ze 1 keer per dag tot enkele keren per week. De kinderarts schrijft op vraag een verlenging voor, om langer te genieten van hun opvolging.

Wiegendood

Prematuren die geen verhoogd risico vertonen, hebben geen polysomnografie (slaaponderzoek) nodig voor het naar huis gaan. Hier gelden de algemene preventieve maatregelen voorgeschreven door Kind & Gezin.

  • Leg een baby altijd op zijn rug te slapen.
  • Rook niet in de omgeving van een baby.
  • Blijf in de buurt en hou toezicht.
  • Let erop dat het kind het niet te warm krijgt.
  • Kies een veilig kinderbed en veilig bedmateriaal.
  • Geef geen geneesmiddelen zonder advies van een arts of een apotheker.
  • Zorg voor rust en regelmaat.

Prematuren worden pas als een risico-groep aanzien als ze vroeger dan 34 weken geboren zijn, bij de geboorte minder dan 1500 gram wogen, of regelmatige bradycardies (hartritmestoornis) of apnoes (kort stoppen met ademen) vertonen tijdens hun verblijf op de afdeling. Dit wil zeggen dat zij een verhoogd risico hebben op wiegendood ondanks het toepassen van preventieve maatregelen.
Bij deze risico-groep wordt een polysomnografie uitgevoerd voor het naar huis gaan. Dit gebeurt meestal in het ziekenhuis waar de baby geboren is. Afhankelijk van het resultaat van het onderzoek, krijgt u een monitor mee om de baby op te volgen.
Het kan ook zijn dat u een monitor mee naar huis krijgt, en pas daarna de test moet laten uitvoeren.

Naar boven

8. Moederschapsrust en kinderbijslag

Moederschapsrust

o   Opsplitsing voor- en nabevallingsrust
Wie aanspraak maakt op moederschapsuitkering heeft recht op 15 weken moederschapsrust. Deze worden opgesplitst in 6 weken voorbevallingsrust en 9 weken nabevallingsrust.
1 week voorbevallingsrust moet verplicht opgenomen worden. De overige 5 weken kan u opnemen na de bevalling.

o   Moederschapsrust bij de geboorte van een meerling
De moederschapsrust voor de geboorte van een meerling bedraagt een totaal van 19 weken. Deze worden opgesplitst in 8 weken voor- en 11 weken nabevallingsrust.
1 week dient ook hier verplicht opgenomen te worden vóór de bevalling. De overige weken kunnen na de bevalling worden opgenomen.

o   Verlenging moederschapsrust bij de hospitalisatie van een pasgeborene
Als een pasgeborene langer dan 7 dagen vanaf de dag van de geboorte opgenomen wordt, dan kan de moederschapsrust verlengd worden met het aantal opnamedagen te tellen vanaf de 8ste opnamedag.
Bijvoorbeeld: blijft een baby vanaf zijn geboorte 21 dagen in het ziekenhuis, dan wordt de moederschapsrust met 14 dagen verlengd (21 dagen min de eerste 7 hospitalisatiedagen). Het bevallingsverlof blijft dus ononderbroken doorlopen en kan verlengd worden met maximum 24 weken. De aanvraag tot verlenging dient ingediend te worden bij het ziekenfonds of andere uitbetalingsinstantie én bij de werkgever en dit vóór het einde van het wettelijk voorzien postnataal verlof.
Hiervoor heeft u een medisch attest nodig dat opname- en ontslagdatum vermeldt.

Verhoogde kinderbijslag

Voor baby’s met een bepaalde aandoening en/of veel extra zorgen kan er een aanvraag gebeuren voor verhoogde kinderbijslag. De formulieren voor de aanvraag kunnen bekomen worden bij het kinderbijslagfonds.
Er dient een medisch formulier door de behandelende arts te worden ingevuld en een medisch-sociaal formulier door u.

o   De aanvraag wordt verstuurd naar
F.O.D. SOCIALE ZEKERHEID
Bestuursdirectie van de uitkeringen aan personen met een handicap
Dienst Attesten (verhoogde kinderbijslag)
Zwarte Lievevrouwstraat 3C
1000 Brussel

Deze dienst duidt een geneesheer-inspecteur aan die een controleonderzoek uitvoert.

o   Pijlers voor toekenning
Voor de toekenning van verhoogde kinderbijslag wordt rekening gehouden met de ziekte alsook met de gevolgen die de ziekte meebrengt voor het kind en het gezin. Er worden 3 pijlers geëvalueerd.
Aan elke pijler wordt een aantal punten verbonden

  • Pijler 1 (maximaal 6 punten)
    Gevolgen van de aandoening op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid.
    Dit wordt gemeten aan de hand van de Lijst van pediatrische aandoeningen en de Officiële Belgische Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit.
  • Pijler 2 (maximaal 12 punten)
    De gevolgen van de aandoening op het vlak van de activiteit en participatie van het kind.
    Deze pijler evalueert :
    • leren, opleiding en sociale integratie
    • communicatie
    • mobiliteit en verplaatsing
    • zelfverzorging
  • Pijler 3 (maximaal 18 punten)
    De gevolgen van de aandoening voor de familiale omgeving van het kind.
    Deze pijler neemt de inspanning van de familiale omgeving in aanmerking:
    • opvolging van de behandeling thuis
    • de verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling
    • de aanpassing van het leefmilieu en leefwijze

o   Om recht te hebben op verhoogde kinderbijslag behaalt men ofwel

  • minstens 6 punten in de 3 pijlers samen
  • minstens 4 punten in pijler 1, wat overeenkomt met een invaliditeit van minstens 66%

o   Het resultaat van alle punten geeft al dan niet recht op een bepaald bedrag
Basisbedragen (1.5.2003) (De bedragen worden aangepast aan de index)

  • minimum 6 (of 4*) en maximum 8 punten: 63,67 euro
  • minimum 9 en maximum 11 punten: 159,18 euro
  • minimum 12 en maximum 14 punten: 265,30 euro
  • minimum 15 en maximum 17 punten: 371,42 euro
  • minimum 18 en maximum 20 punten: 397,95 euro
  • meer dan 20 punten: 424,48 euro

Het resultaat van de evaluatie kan nog recht geven op andere sociale voorzieningen.

Naar boven

8. Praktische informatie

Kleertjes van thuis
Als de baby kleertjes mag aandoen, mogen deze van thuis meegebracht worden. Er is ook de mogelijkheid om deze van neonatologie te nemen.

Knuffel
Één knuffel mag bij de baby op het bedje / in couveuse gelegd worden.

Verzorgingsproducten
Verzorgingsproducten zijn aanwezig op de afdeling.

Parkeerkaart
Als de mama niet meer op de materniteit is opgenomen, krijgt ze een weekkaart om gratis te parkeren op de parking. Deze wordt meegegeven door de verpleegkundige of vroedvrouw van de prematuren-afdeling.

Vragen
Bij vragen mag u altijd de afdeling contacteren: 011 826 284.

Naar boven

Downloads

Onthaalbrochure neonatologie

PDF

1.78 MB